Ik moet alimentatie betalen
Volgens de wet bent u samen met uw (ex-)partner verantwoordelijk voor de verzorging en de opvoeding van uw kinderen. In de Nederlandse wet staat dat die plicht duurt tot uw kinderen 21 jaar zijn. U bent ook verplicht om voor uw partner te zorgen. Zoals hij/zij ook voor u moet zorgen. Een kostbare aangelegenheid. Daarom moeten u en uw partner een financiële regeling treffen als u uit elkaar gaat. De rechter stelt hiervoor een bedrag per maand voor het kind en/of ex-partner vast. Het bedrag voor het kind noemen we kinderalimentatie. Bij alimentatie voor de ex-partner spreken we over partneralimentatie. U regelt deze betaling onderling met uw ex-partner.
In de praktijk blijkt die regeling niet altijd bij elke scheiding even goed te functioneren. In dit gedeelte van de website leest u meer over internationale alimentatie en de dienstverlening van het LBIO hierbij als de betaling niet soepel verloopt.
Welke internationale afspraken zijn er?
Om problemen bij het innen van alimentatie in het buitenland aan te pakken, zijn internationaal afspraken gemaakt. Hieronder leest u welke.
Het Verdrag van New York
De internationale afspraken rond het innen van kinder- en partneralimentatie zijn onder meer vastgelegd in het Verdrag van New York uit 1956. In de landen die zich bij het Verdrag van New York hebben aangesloten zijn één of meerdere instellingen belast met de uitvoering van het Verdrag. In Nederland is dat het LBIO.
Wie kan een beroep doen op het Verdrag van New York?
Iedereen die in een land woont dat is aangesloten bij het Verdrag van New York en problemen ondervindt bij het innen van alimentatie in het buitenland kan een beroep doen op het Verdrag. Het Verdrag heeft betrekking op zowel kinder- als partneralimentatie.
Het Verdrag met de Verenigde Staten van Amerika
Op 1 mei 2002 is de Overeenkomst tussen Nederland en de Verenigde Staten over het geldend maken van verplichtingen tot levensonderhoud (Trb. 2001, 117 en 134) in werking getreden.
Het geldt voor Nederland, maar niet voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Verder geldt het voor de vijftig staten van Amerika, Amerikaans Samoa, het District Columbia, Guam, Porto Rico en de Maagdeneilanden.
Het Verdrag heeft in hoofdzaak betrekking op kinderalimentatie. Het beleid voor de inning van partneralimentatie, al dan niet in combinatie met kinderalimentatie, kan per staat verschillen.
Welke rol speelt het LBIO bij internationale alimentatie?
Als uw ex-partner niet in Nederland woont en recht heeft op alimentatie, kan deze de verdragsinstantie in dat land verzoeken te bemiddelen bij de inning van alimentatie in Nederland. Deze verdraginstantie neemt dan contact op met het LBIO. Wij voeren ook gerechtelijke procedures, mocht dat nodig zijn. Andersom kan het LBIO een van de samenwerkende verdragspartners verzoeken de alimentatie in het buitenland te innen.
Wat gebeurt er als uw ex-partner een buitenlandse verdragsinstantie inschakelt?
Stap 1: Wij nemen het verzoek van deze verdraginstantie in behandeling
Wij verzoeken u vervolgens om een betalingsregeling te treffen. Lukt dat niet? Dan kan een gerechtelijke procedure worden gestart.
Stap 2: Wij ontvangen uw betaling en storten het bedrag naar de buitenlandse verdragsinstantie.
Welke landen zijn aangesloten?
In alfabetische volgorde zijn dat:
Algerije, Argentinië, Aruba, Australië, Barbados, Belarus, België, Bosnië-Herzegovina, Brazilië, Burkina Faso, Centraalafrikaanse Republiek, Chili, Colombia, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Ecuador, Estland, Filippijnen, Finland, Frankrijk, Griekenland, Guatemala, Haïti, Hongarije, Ierland, Israël, Italië, Kaapverdië, Kazachstan, Kyrgyzstan, Kroatië, Liberia, Luxemburg, Macedonië, Marokko, Mexico, Monaco, Nederland, Nederlandse Antillen, Nieuw-Zeeland, Niger, Noorwegen, Oostenrijk, Pakistan, Polen, Portugal, Republiek Moldavië, Roemenië, Servië en Montenegro, De Seychellen, Slovenië, Slowakije, Spanje, Sri Lanka, Suriname, Tsjechië, Tunesië, Turkije, Uruguay, Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland.
